Valérie De Neef

“Verdwalen in het geheugen”
Hoe kunnen we Alzheimer vertalen in een ruimte?

I.

Deze vraag is het thema van mijn onderzoek. Ik heb dit thema gekozen naar aanleiding van de woning van mijn overgrootmoeder, die aan de ziekte leed sinds het overlijden van haar echtgenoot. De stadswoning was gelegen in het centrum van Aalst en heeft mijn grootvader onlangs verkocht. Ik herinner me nog levendig hoe mijn overgrootmoeder bij elk bezoek vertelde over hem alsof mijn overgrootvader er nog steeds was. “Hij is het dak aan het herstellen” of  “Hij is een dutje aan het doen” waren de zogezegde redenen waarom hij op dat moment niet in dezelfde ruimte aanwezig was. Ook beeldde ze zich soms in dat mijn vader, dus haar kleinzoon, haar man was. Voor ons was de eerste keer dat we met de ziekte in aanraking kwamen. Ik hoop dat ik gedurende het project meer te weten zal komen over de de ziekte en haar gevoel op dat moment ergens zal kunnen begrijpen. Alzheimer is een zeer aangrijpende aandoening, die in de huidige maatschappij nog steeds niet volledig gevat wordt. Men verliest het geheugen, en daarmee verliest men ook zichzelf. In mijn onderzoek zal ik op zoek gaan naar de angsten en noden van een dementerende.

De Alzheimerpatiënt leeft in het ‘nu’, er is geen enkele sprake van oriëntatie in tijd en ruimte. Hierop wordt er volgens mij nog niet genoeg ingespeeld bij de behandeling. Vele patiënten lijden aan delusies (waanbeelden). Aan de basis van deze delusies ligt de misidentificatie van zichzelf: men herkent zichzelf niet langer in de spiegel. De patiënt herkent ook de woning of ruimte niet meer. “Mijn huis is mijn thuis niet” of “Breng mij naar huis” is hier een frequente uitspraak. In deze stellingen zie ik het onheimelijke. Kan men een heimelijk gevoel terugbrengen bij deze delusies? Bestaat er hiervoor een architecturale remedie? Mijn doel is om enerzijds de blik van de Alzheimerpatiënten te weerspiegelen en de buitenstaander de chaos in hun hoofd te laten voelen, en anderszijds om een soort van hulpmiddel in een ontwerp te integreren. Dit hulpmiddel zal geen ultieme oplossing genereren maar eerder een aanwijzing van hoe het eventueel beter zou kunnen.

Hier integreer ik in 3 fases het concept van de spiegel: reflecteren, refereren identificeren. De oneindigheid van het spiegelen koppel ik ook aan herinneringen. Een herinnering is iets dat heel moeilijk traceerbaar is, elke seconde van de dag maken we bewust of onbewust herinneringen. Ik denk dat het heel belangrijk is om ook op vlak van interieurarchitectuur de ziekte Alzheimer en andere vormen van dementie aandacht te schenken in het ontwerp.

II.

Om tot een ontwerp te komen waar ‘herkenning’ centraal staat en plaats is voor reflectie, heb ik een insnjiding doorheen de verdiepen gemaakt. De ovaalvorm brengt dynamiek teweeg en zal een logische route vormen voor de bewoner. In de huidige situatie bevond de trap zich in een gang, ingesloten door deuren. Hierdoor moest de bewoner voortdurend keuzes maken, wat erg verwarrend is als je niet meer weet wat zich waar bevindt.

De insnijding genereert een kokervorm die als houvast doorheen de verdiepen loopt. Ook in het dak wordt een opening gemaakt. Hierdoor zal men vanop het gelijkvloers een zicht op de hemel krijgen. Deze link met het dak is heel belangrijk geweest voor mijn overgrootmoeder, gezien zij zich altijd inbeelde dat haar man het dak was aan het herstellen.  Doorzichten zijn heel belangrijk in mijn ontwerp. Ze geven de bewoner een gevoel van controle. Hierbij refereer ik graag naar het panopticum volgens de benadering van verlichtingsfilosoof Bentham. Het panopticum hoort bij een geordende maatschappij die alles zichtbaar maakt en beheerst. Deze theorie bestaat uit verschillende principes, zoals bijvoorbeeld de “individualisering”. De persoon, elk object, heeft een vaste plaats. Het panopticum is de tegenstelling van de kerkers die Francisco Goya in diezelfde tijd schilderde waarin de donkere massa in het halfduister verloren gaat. Verder staan begrippen zoals volledige zichtbaarheid en machtsmaximalisering centraal.

De huidige woning bestaat uit 3 verdiepingen; het gelijkvloers (opbergruimte en entree), 1e verdieping (keuken, eet- en leefruimte), en 2e verdieping (slaap- en badkamer). Deze functies heb ik in vraag gesteld en vervolgens een andere plaats gegeven. De zintuigen spelen vanaf nu een zeer grote rol. Architecturale elementen zoals lichtinval, doorzichten, geluiden en materialisatie kunnen deze beïnvloeden. Wanneer een mens dementeert, zullen alle functies stap voor stap wegvallen. Het brein takelt af en het onderbewuste neemt de bovenhand. Het mooiste voorbeeld hiervan is de ervaring van Proust met het Madeleine-koekje. De geur en smaak brengen zijn gedachten meteen naar het dorpje Combray, waar hij in zijn jeugd veel tijd doorbracht bij zijn oud-tante.

Mijn doel is om de zintuigen te prikkelen en de mens volgens zijn oerinstinct de architectuur te doen begrijpen. De donkerste ruimte (gelijkvloers) geeft een veilig cocoon-gevoel en hier zal de bewoner slapen. De eerste verdieping bevindt zich in het midden van de woning, en vormt de verbinding tussen het gelijkvloers en de 2e verdieping. Hier staat dynamiek en circulatie centraal. Uiteindelijk komen we op de bovenste verdieping, die één grote (her)belevingsruimte is. Ik hoop hierin alle zintuigen te verenigen en een gevoel van rust aan de bewoner te schenken. De ruimte zal refereren naar wat er op de onderste verdiepingen gebeurt. De ingreep zal dus zowel zintuigelijk als visueel ruimtes connecteren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s