Thalia Paternoster

Review

De boom in de appel

Op een dag in het vierde leerjaar was iedereen vrolijk, het was carnaval. We mochten ons klasje gebruiken om ons te verkleden. Met spuitbussen om ons haar een kleurtje te geven en gasbussen met schuimslierten in waren we ons aan het vermaken. We hadden zo’n pret dat ook ons klaslokaal eraan moest geloven, het had alle kleuren van de regenboog en schuimslierten overal.  Tot er plots een boze juffrouw opdook die deze pret deed omslagen in een nachtmerrie. We werden naar de directeur gestuurd om een grote uitbrander te krijgen. We stonden daar in zijn kleine bureautje van ongeveer 20m2, met ongeveer 8 leerlingen en de directeur zelf. Ondanks het kantoor van de directeur enkel een bureau, drie stoelen en een kast bezat leek het alsof de ruimte maar 4 m2 was. Je voelde de adem van je klasgenoten in je hals. De ruimte werd precies bezet met 100 leerlingen en 1 boze directeur. Ik kreeg een claustrofobisch gevoel dat elke second verdubbelde. Met onze straf konden we het geplande carnaval avontuur wel vergeten, maar toch was ik opgelucht dat ik buiten terug adem kon halen.

De lagere school is maatschappelijk niet onbelangrijk voor de mens in het algemeen. Het is een periode van zes jaar doorheen je leven waar je zeer veel leert, of ze je toch proberen te leren. Iedereen draagt invloeden mee van de lagere school, maar hoe ver zitten deze herinneringen? Ook op sociaal vlak is deze bepaalde plaats waar jongeren van maandag tot vrijdag verblijven belangrijk om te ontplooien. We hebben er allemaal geleerd om met mensen om te gaan.

Ik heb via een gelijkaardige manier de ruimtes proberen benadrukken, weergeven, in vraag stellen en onderzoeken. De methode die ik gebruik zal dus bestaan uit variëteit en creativiteit. Het hoofddoel is dat we eruit leren en niet hoe iets eruit ziet. In dit proces is het belangrijk om véle herinneringen, over een tijdspanne van 6 jaar, een ordening te geven zodat we een overzicht krijgen.

Momenteel wordt mijn proces vooral gespiegeld met schetsen en schilderijen. Zowel op een realistische basis als op abstracte. De abstracte schilderijen zijn gebaseerd op herinneringen die ik neergeschreven heb als een soort verhaal. De lijntekeningen en gestileerde tekeningen zijn gebaseerd op zowel herinneringen als realiteit. Door deze lijntekeningen te maken is mijn oog op het decoratieve gedeelte gevallen in deze ruimtes. De klaslokalen puilen uit van decoratieve elementen, je kan ze onderscheiden in twee soorten. De eerste soort is het educatieve en de tweede soort is het creatieve. Beide wil ik deze dus nader onderzoeken en zien of het nuttige informatie is voor de kinderen of dat enkel de ruimte aangekleed wordt.

EDUCATIEVE ELEMENTEN

VS. LEEGTE

De educatieve panelen en creatieve tekeningen blijven een vaag gegeven in deze klaslokalen. Daarom leek het mij interessant om een onderzoek te doen met de kinderen van de lagere school zelf, dat vervolgd wordt met een workshop.

Het experiment gaat als volgt, wanneer de kinderen tijdens de middagpauze lunchten ging ik alle creatieve tekeningen en educatieve panelen bedekken. Wanneer de kinderen terug naar hun klaslokaal kwamen was het de bedoeling dat ze in stilte hun gevoel van de getransformeerde ruimte gingen omzetten in woorden. Dit gevoel gingen ze dan uiten in een gevoelsschilderij, gelijkaardig aan mijn methode. Wat hieruit gebleken is, is dat de kinderen zich niet thuis voelde op hun vertrouwde plek. Ze vonden de ruimte koel, leeg, kil,wit, eenzaam en gebrek aan sfeer. De functie die verwacht wordt van de educatieve panelen is dus minder aanwezig, de kinderen zijn vooral bezig met de kleuren en vormen die de panelen weergeven. We kunnen dus duidelijk concluderen dat deze educatieve panelen en creatieve tekeningen een duidelijk decoratief patroon is.

SPEELS VS. LEERRIJK

Met dit alles in het achterhoofd begint het ontwerp proces dat een oplossing zou moeten kunnen vormen voor dit decoratieve patroon. Tenslotte worden educatieve panelen ontworpen en gedrukt om de kinderen kennis bij te brengen, niet om de ruimte aan te kleden.

In dit proces heb ik vooral aandacht besteed aan de kennis overdragen tussen verschillende klassen. Dit gebeurt namelijk niet genoeg in een lagerschool, kinderen zitten in hun klasje en communiceren weinig met andere klassen. Daarom heb ik een projectie gemaakt van alle kernpunten van de klassen. De verbindingslijnen vormen snijpunten, deze vormen de hoofdvolumes. Deze volumes zijn zo geschakeerd dat de communicatie en de overdracht van kennis bevorderd worden. Waar ik veel belang aan hecht is dat het een overdekte module vormt  dat volledig in het denkbeeld staat van de kinderen. Kinderen willen geen saaie panelen met informatie, zij willen op een speelse manier leren en communiceren. Ik heb dus vooral proberen inspelen op het speelse versus het leerrijke.

Het is dus een soort van ontmoetingsplek die verschillende leeftijdscategorieën samenbrengt en tegelijkertijd de kennis die wordt overgedragen door communicatie op een speelse manier bevorderd. Eigenlijk een projectie van de klaslokalen die een zeer technische achtergrond bezitten naar een plaats waar deze kennis op een praktische manier wordt verwerkt en wordt overgedragen naar andere leerlingen.

Wat ik ook nog in deze module wilde verwerken is het tegengestelde van een ontmoetingsplek of een klaslokaal. Een ruimte waar kinderen zich even kunnen terug trekken en tot rust kunnen komen. Dit is nergens aanwezig in de doorsnee basisscholen. Dat is jammer omdat elk individu soms nood heeft aan isolement.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s