Michelle Pyfferoen

Geborgenheid in Ongeborgenheid, en omgekeerd.

De positieve herinnering aan de derde kleuterklas is mijn uitgangspunt. Dit was een periode van zorgeloosheid, gelukkig zijn en vooral, je amuseren. Om de kleuterklas te reconstrueren ben ik begonnen met een schets te maken. Hierdoor stoot je onmiddellijk op enkele problemen: ‘Welke speelhoeken waren er? Waar zaten ze?’ Daarna heb ik plannen en snedes gemaakt en daarop volgde de maquette. Het leek me zinvol om enkele oude klasgenootjes te interviewen. Soms vertelden ze me iets dat ik vergeten was en me door hun verhalen dan opnieuw herinnerde. Deze elementen heb ik toegevoegd aan mijn maquette. Door ze een andere kleur te geven zie je duidelijk dat dit bijgekomen elementen waren. Vervolgens heeft mijn juf plannen getekend van de klas, met het gevolg dat ik me opnieuw enkele dingen meer herinnerde. Mijn maquette is dus getransformeerd en dit geldt ook voor mijn herinnering.

De kleuterklas was zoals eerder gezegd een erg gelukkige periode. Ik vroeg me af wat de oorzaken van deze gevoelens waren, hoe de klas daarin een rol heeft gespeeld. Er zijn twee belangrijke aspecten: enerzijds heb je het gevoel van geborgenheid, anderzijds is er het gevoel van ongeborgenheid, explosiviteit. De geborgenheid ontstaat onder andere door de aanwezigheid van de juf, maar ook door de verschillende speelhoeken die gecreëerd waren in de klas. Er was een extra verdieping gebouwd zodat er meerdere maar kleinere, precies op maat gemaakte hoekjes voor de kleuters ontstonden. De explosiviteit is ook een direct gevolg van deze hoekjes, je kon overal creatief bezig zijn en je inleven in verschillende rollen (vb. de verkleedhoek, huishoek). Dit is wat een kind het liefste doet. Toen ik terugging naar mijn kleuterklas viel vooral de explosiviteit ook op. Je hoort al van buiten de klas de kinderen spelen. De attributen van de kleuters zoals penselen om te verven, speelgoed, verkleedkledij zijn ook van belang voor deze dynamiek.

Geborgenheid en ongeborgenheid zijn tegengesteld, het ene is vb. eerder introvert, het andere extravert, maar ze gaan ook hand in hand. Een kind kan zich bijvoorbeeld niet uitleven als hij zich niet geborgen voelt. Geborgenheid in ongeborgenheid dus. Het omgekeerde geldt ook: geborgenheid impliceert het tegenovergestelde, de eventuele aanwezigheid van ongeborgenheid.

 

Vervolgens ben ik verdergegaan met de onderzoeksvraag: ‘Hoe zijn geborgenheid en explosiviteit in de ruimte aanwezig en kan dit eventueel geoptimaliseerd worden?’ Voor het beantwoorden van het eerste deel van de vraag was Bernard Tschumi een belangrijke factor, hij stelt dat ‘space’ en ‘program’ onafscheidelijk zijn. Zonder een programma of event heeft de ruimte geen nut en het omgekeerde geldt ook, een event, programma heeft ruimte nodig. Deze onafscheidelijkheid geldt ook voor de (on)geborgenheid en de ruimte, de klas. Om de vraag nog verder te beantwoorden heb ik een mindmap gemaakt met kernwoorden rond de twee gevoelens. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat er bij de explosiviteit een ‘tekort’ is. Kinderen kunnen naar hartenlust spelen in de verschillende hoekjes maar slechts 1 keer per ochtend of middag kunnen ze echt lopen en zich fysiek uitleven. Het doel is om de kleuterklas zodanig aan te passen opdat er fysieke beweging kan zijn in de klas zelf. Dit met de bedoeling dat het een positief gevolg heeft op de kinderen, zodat ze bijvoorbeeld rustiger kunnen luisteren of stilzitten wanneer dit van hen gevraagd wordt.

Referenties

WARE C., Building Stories, http://www.komiksarium.cz/?p=13287

Willard Hotel, http://www.loc.gov/pictures/item/2006677541/

The Dovecote Studio, http://www.dezeen.com/2010/02/14/the-dovecote-studio-by-haworth-tompkins/

VAN GEMERT E., Angst in de stad, http://www.eefjevangemert.nl/architectuur.html

TIMMERMAN P., Architectuur en angst, Recensie van: LIEVEN DE CAUTER (2004) De capsulaire beschaving. Over de stad in het tijdperk van de angst. Rotterdam, NAi uitgevers,

VAN BEEK J., Nieuwe Angst en Architectuur

SIX K., A Backyard Journey, http://www.vlaanderen.be

VAN VEEN G., Nadenken over hersenen, Psych werk 2004

KRAMER, SIBYLLE, Schools: Educational Spaces, 2010

TSCHUMI B., Architecture and disjunction, 1944

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s